Uit de Schager Courant

Dat er niet alleen in archieven veel informatie te vinden is maar ook in oude kranten blijkt wel uit de volgende artikelen uit de Schager Courant, waarin verslag wordt gedaan van zittingen van de Arrondissements Rechtbank te Alkmaar, waarbij enkele familieleden de hoofdrol spelen. De teksten zijn letterlijk overgenomen uit de artikelen.



Handig huisvrouwtje (Schager Courant 19 mei 1917)

Jansje Kroonenburg huisvrouw van Jan Bakker, aan het Gerritsland te Hoorn, had zich te verantwoorden wegens het aan Pieter Besseling afhandig maken van een kleine f 20,- Piet kwam daar en werd op een lekker kopje thee onthaald, trakteerde op jenever en men had bemerkt, dat Piet aardig wat zilverbons enz. had zitten in een tabaksbrief, waaruit ook ter verfrissing zo af en toe een smakelijk pruimpje moest worden geconsumeerd. Toen Piet genoeg tabak had gekauwd, en zijn portie jenever naar binnen had, vertrok hij weer. Jansje liep met hem mee en gaf hem zelfs een arm. De schuchterheid scheen bij haar vrijwel geweken, want zij fladderde dan rechts, dan links van Piet, totdat... hare huiselijke plichten haar plotseling van hem deden wegsnellen. Daar stond Piet nu, als wijlen Lot's levensgezellin. Zoo bejeneverd was Piet nu ook nog weer niet, of hij vond het een eer, dat die schoone dame zoo belangstellend naast hem liep. En daar stond hij plots in troosteloze eenzaamheid.

Z'n eerste werk was natuurlijk om tusschen de beduimelde, viese guldensbonnetjes een lekker pruimpje tabak bij elkaar te graaien. Maar nog hadden Piet's spitse vingeren geen voldoend groote "dot" voor 'n fatsoenlijk ''Keesje" samengeknepen of - "o, groote Goden, daar zijn al zijn guldensbons, zelfs het heele "bankje van tien" gestolen. Dat had Jans gedaan. Aangifte. En Jans had méér gedaan, had worsten, chocolade en bonbons bij winkeliers te Hoorn gestolen en werd heden opgeknapt met een eis tot een maand gevang.

Mede-slachtoffers

Tegen Sijvert Bakker en Grietje Bakker, beiden evenals Jansje Kroonenburg te Hoorn woonachtig en allebei ook heden absent, werd, daar zij chocolade enz. van Jans ten geschenke hadden aangenomen, wetende dat dit van diefstal afkomstig was, eveneens strafeisch gesteld en wel tegen elk 3 weken gevang.

Uitspraak (Schager Courant 23 mei 1917)

Jansje Kroonenburg, diefstal van een biljet van f 10,- en 7 losse guldens ten nadeele van P. Besseling en bonbons ten nadeele van G. Medik etc., eisch 1 maand gevang, uitspraak 4 maanden gevang.
Grietje Bakker en Sijvert Bakker, beiden heling, eisch beiden 3 weken gevang, uitspraak de eerste 14 dagen gevang, de tweede 1 maand gevang.

In verzet (Schager Courant 12 juli 1917)

Jansje Kroonenburg, een enigszins versjouwd nog slechts 18-jarig vrouwtje, van 't Gerritsland te Hoorn, getrouwd met Johannes Bakker, had in Maart j.l. in eenige winkels verschillende diefstalletjes gepleegd en een soort strafzaak bewerkstelligd, door iemand in huis te lokken, jenever in huis te laten halen en gearmd met dien sinjeur aan 't wandelen te gaan en hem spoedig weer te laten schieten, toen zij hem "al wandelende", van zeventien gulden had beroofd. Dit zaakje, dat we in een vroeger nummer uitvoerig hebben beschreven en dat eenige weken geleden "diende", had een vonnis tot 4 maanden gevang tengevolge voor Jansje. Zij kwam nu in verzet, omdat de straf wat hoog was. Ze had heel wat te vertellen ter verontschuldiging: haar man had haar met slaag en dreigen tot zoiets afgericht en hij wilde niet werken. Zij moest wel en moest van honger soms naar moeder om brood. Ze had vroeger eerlijk en trouw bij dominee Klaver gediend, waar ze haar tot 4 keer toe weer hebben gehaald, zoo graag hadden ze haar. Maar haar man, o die was zoo slecht en z'n familie ook. De O.v.J. vond haar echter een gevaarlijke dievegge en eischte bevestiging van het gewezen vonnis.

Uitspraak (Schager Courant 25 juli 1917)

Jansje Kroonenburg, huisvrouw Bakker, diefstal, eisch bekrachtiging van het bij verstek gewezen vonnis (4 m. gev.), uitspraak idem.




Verbonden met:

Jansje Kroonenburg (1898-1931)
Jan Bakker (1890-1936)
Sijvert Bakker (1898-1970)
Grietje Bakker (1898-1988)



Een ernstig drama (Schager Courant 13 maart 1919)

"Den eersten Januari dezes jaars midden op den dag speelde zich in Hoorn een ernstig drama af, waarin een der hoofdpersonen was de in Hoorn en ook hier aan de rechtbank zeer ongunstig bekend staande Antonius Johannes Doffer, die dienzelfden namiddag tengevolge van bekomen verwondingen is overleden. Doffer, echtgenoot van Grietje Bakker, kreeg op dien noodlottigen Nieuwjaarsdag ruzie met zijn zwager Willem Commandeur, die met Trijntje Bakker, zuster van Doffer's vrouw, is gehuwd. Doffer meende, dat zijne vrouw met Willem onenigheid had. Toen 's middags te 12 uur Willem met iemand, die hem over een hond wilde spreken, even in 't café van v.d. Zel opstak, om een "Nieuwjaars borrel" te drinken, zat daar ook Hannes Doffer. Die vloog dadelijk op Commandeur af en mishandelde dezen. De aangevallene raakte met achterlating van zijn hoed op straat en ging naar het politiebureau, aangifte doen. Maar lang duurde het niet, of Doffer kwam ten zijnen huize Willem tot vechten uitdagen. Deze wilde niet vechten en wist Doffer met moeite buiten de deur te krijgen. De vlak bij wonende Johannes Spel zag wat er aan de hand was en toen Doffer ten tweeden male tegen de deur trapte en weer bij Willem naar binnen ging, volgde Spel, en hield Doffer, die op Commandeur wilde aanstormen, zoo goed mogelijk tegen. Weer werd Doffer tenslotte buitenshuis gewerkt, maar, al had Spel dat niet gezien, de woestaard had nu verwondingen van ernstigen aard gekregen. Want de vrouw van Commandeur had aan haar man een mes gegeven en Commandeur had dat gebruikt en er Doffer twee diepe steken mee toegebracht. Doffer is de steeg die naar Willem's huis voert, nog uitgeloopen, maar eer hij zijn eigen woning had bereikt, moest hij het opgeven. Met anderer hulp kwam Doffer thuis en werd, na door Dr. v.d. Berg te zijn onderzocht, naar het ziekenhuis getransporteerd. Daar overleed hij reeds spoedig, want te ruim 2 uur in den namiddag kwam zijne vrouw van zijn dood op het politiebureau aangifte doen. De eene steek had een long, de andere de maag verwond, en beide steeken waren met kracht toegebracht. (Andere kranten melden zelfs dat de steek in de zij zo ernstig was, dat de ingewanden uit het lichaam puilden.)

Behalve Spel had ook buurmeisje Aafje Dam het een en ander van den twist gezien. Doch zij had ook niet gezien, dat Commandeur een mes had gehanteerd. Wel had zij de beide mannen handgemeen gezien en Doffer had daarbij Commandeur een geweldige vuistslag toegediend.

Commandeur verklaarde, niet te weten een mes te hebben gebruikt, daar hij door al het voorafgaande overspannen was. Ook Commandeur's vrouw verklaarde niet te hebben gezien dat haar man Doffer had gestoken. Maar wel had zij bloed van het mes afgeveegd. Commandeur voerde wel aan, bang te zijn geweest, dat Doffer den boel in zijn huis zou vernielen, maar een bepaalde toestand, waarin uit noodweer het mes zoo moest worden gehanteerd, werd door hem niet aangegeven. De heer Officier was van meening, dat hier eigenlijk in geen enkel opzicht is aangetoond, dat er van noodweer sprake was. Intusschen beklaagden staan niet ongunstig bekend, terwijl Doffer zeer slecht bekend stond en een eerste vechtersbaas was. De officier wil verzachtende omstandigheden in aanmerking nemen en requireerde tegen Commandeur 6 maanden gevang en tegen diens vrouw 1 maand gevang."

Uitspraak (Schager Courant 19 maart 1919)

W. Commandeur, Hoorn, mishandeling met dodelijke afloop, ontslagen van rechtsvervolging.
T. Bakker, Hoorn, verschaffen van een mes tot mishandeling, niet bewezen, vrijgesproken.













Verbonden met:

Antonius Johannes Doffer (1887-1919)
Willem Commandeur (1882-1949)
Grietje Bakker (1898-1988)
Trijntje Bakker (1894-1975)





"Ze hadden honger"(Schager Courant 11 juli 1918)

Johannes Jacobus Dam en Cornelis Plugboer, een paar Hoornsche typen, namen den 6den April j.l. de gelegenheid waar, om wat brood weg te flikken uit een onbeheerd staande broodkar van bakker A.G. van Dam. Wel legden de heeren, die zich onder den rauwen kreet: "Honger" op den bakkersvoorraad hadden gestort, geld voor de weggehaalde waren in de kar, maar 'n bonnetje of wat te offeren, dat hadden ze schoon vergeten. Andries Joh. Bos, Sijbrandus Klein en Sijfert Bakker, mede Hoornschen hadden ook brood weggenomen dat ze wel betaalden, doch waarvoor ze geen bonnetjes in plaats hadden gelegd. Hun zaakje zal a.s. dinsdag dienen, daar er nu niet kon worden doorgegaan, omdat de benadeelde bakker Algera uit Hoorn, heden niet was verschenen.

Brood met een nasmaakje (Schager Courant 17 juli 1918)

De beklaagden in deze zaak, Joh. Bos, Sijbrandus Klein en Sijfert Bakker, allen Hoornschen, waren nu allemaal absent. Maar de getuige, bakker Algera, was thans in tegenstelling met verleden dinsdag wel aanwezig. Hij kreeg een bemerking, dat hij hier vorige week niet was, waardoor thans opnieuw dit zaakje diende. Hij verklaarde dat beklaagden elf brooden wederrechterlijk uit zijn wagen op de Appelhaven hebben weggenomen, geen bonnen er voor afgaven en wel geld, doch te weinig, in den wagen hebben neergelegd. De O.v.J. eischte nu tegen elk der beklaagden 14 dagen gevangenisstraf.

Uitspraak (Schager Courant 25 juli 1918)

A.J. Bos, S. Klein en S. Bakker, Hoorn, brooddiefstal, elk 14 dagen gev.



Inbraak (Schager Courant 13 februari 1919)

Een zaakje van meer betekenis is dat van Cornelis Druif, tuinder, oud 20 jaar, geboren te Hoogwoud en wonende te Hoorn en Sijfert Bakker, arbeider te Hoorn. Alleen Druif, die uit anderen hoofde (rijwieldiefstal) hier in de strafgevangenis vertoeft, is aanwezig. Zij beiden hebben in den nacht van 21 op 22 September ingebroken in een schuurtje op het te Blokker gelegen land van W. Visser. Daar is door hen een partijtje grauwe erwten ontvreemd, benevens eenige koperen gewichten. De erwten heeft Druif voor f12,- verkocht, de gewichten voor kleinere bedragen. Alles behield hij zelf, dus hij bestal zijn mededader ook nog.

Schager Courant 13 maart 1919



Mag niet (Schager Courant 3 april 1919)

Jan en Sijfert Bakker en J.W. Tros van Hoorn, hebben aldaar een paar balken gestolen. Eisch tegen den eersten beklaagde 1 maand gev.; tegen de anderen elk 14 dagen

Uitspraak (Schager Courant 10 april 1919)

J. Bakker, S. Bakker, J.W. Tros, Hoorn, diefstal, 1e en 2e 14 dagen gev., 3e f15,- of 15 d.h.



Een 'Visselpot"(Schager Courant 22 mei 1919)

Sijfert Bakker, geboren te Blokker en wonende te Hoorn moest zich wegens diefstal "verdiffendeeren". Hoewel nauwelijks 21 jaren oud, zit hij nu reeds een straf uit, die hem in September des vorigen jaars is opgelegd. Hij heeft op 17 Maart j.l. te Hoorn van een vrachtwagen een "visselpot" gestolen, die de vrachtman in opdracht van een klant had gekocht en die een goed plaatsje in den wagen had. De aan fistel lijdende klant kreeg zijn pot met geneesmiddelen tegen die kwaal niet. Want Sijfert had gedacht dat er brood in was en smeet later den pot in zee. Voorts heeft hij nog een stuk brood uit den vrachtwagen gekaapt. De O.v.J. knapte vriend Bakker op met een eisch tot een maand gevangenisstraf. Sijfert wou graag voorwaardelijk gestraft worden. Dat laat zich best begrijpen, maar of hij daarmee klaar zal komen?...

Uitspraak (Schager Courant 28 mei 1919)

S. Bakker, Hoorn, diefstal, 14 dagen gevangenisstraf